Karate termen

KATA

Kata of vormen zijn patronen, bestaande uit basistechnieken, uitgevoerd op een logische wijze. De uitleg van dit virtueel gevecht tegen verschillende tegenstanders noemen we ‘Bunkai’.

Kata geeft je de mogelijkheid om de meest uiteenlopende situaties in een gevecht te trainen. Sommige Kata’s zijn gecreëerd om het lichaam te versterken.

Kyokushinkai kent 20 bekende Kata’s: 3 Taikyoku Kata’s, 5 Pinan’s en de Japanse Kata’s Sanchin, Gekisai-Dai, Saiha, Tsuki-No-Kata, Yangtsu, Tensho, Seienchin, Kanku-Dai, Gekisai-Sho, Garyu, Sushi-Ho en Sepai.


KIHON

Kihon zijn de technieken in Karate. Hoe hoger iemand in graad is, hoe meer technieken hij of zij heeft opgenomen. De kihon vereisten kunnen verschillen vertonen tussen de verschillende organisaties, een overzicht vind je in de syllabus.


KUMITE (100 MAN KUMITE)

De 100-man kumite is misschien wel de ultieme beproeving van lichaam en geest in de krijgskunst. Velen hebben getracht deze uitdaging te overwinnen, slechts enkelen zijn hierin geslaagd. Het vergt een super-technische vaardigheid en een hoog fysische sterkte. In essentie bestaat de proef uit het bevechten van 100 tegenstanders, waarbij elk gevecht maximum 2 minuten duurt. De uitdager krijgt hierbij geen rustpauzes. Doorzetting, geestelijke sterkte en ervaring zijn hiervoor onontbeerlijk.

Voor het ontstaan van deze proef gaan we terug naar het midden van de negentiende eeuw op de Gregoriaanse kalender. Toen leefde er in Japan een groot zwaardmeester, Yamaoka Tesshu die ook de stichter was van het Hokushin Itto-Ryu. Deze man zou een 100-man duel hebben gedaan, waarbij hij 100 tegenstanders bevocht en versloeg met de shinai (het bamboezwaard gebruikt bij het beoefenen van Kendo).

Recenter was er de judoka Masahiko Kimura, waarschijnlijk de meest bekende judoka in de geschiedenis van de sport. Oyama, die goed bevriend was met Kimura, zei over hem dat hij de enige was die hij kende die zo intens of nog intenser trainde als Oyama zelf. Kimura’s record om 12 keer de All Japan Judo-titel te winnen (inclusief WO II toen geen kampioenschappen werden georganiseerd) werd enkel verbeterd door Yasuhiro Yamashita, die de titel won en succesvol verdedigde gedurende 9 opeenvolgende jaren. In de Japanse Judo-wereld bestaat er een gezegde:

“Before Kimura, no Kimura. After Kimura, no Kimura.”

Volgens onbevestigde bronnen zou Kimura het 100-man werpen volbracht hebben tegen 200 zwarte banden op twee opeenvolgende dagen en zou daarbij geen enkele keer verloren hebben.

Het was met deze voorbeelden in zijn gedachten dat Mas Oyama, niet lang na zijn bergtraining beëindigd te hebben, besliste om zijn eigen vaardigheden te testen. Hij koos de sterkste studenten uit zijn dojo die hem elk om beurt zouden bevechten, totdat iedereen aan beurt was geweest om terug te beginnen bij de eerste. Mas Oyama deed dit op drie opeenvolgende dagen, totdat de 300 gevechten gestreden waren. Hij versloeg hen allemaal en bleef doorgaan zelfs toen hij zelf erg gekwetst werd in het proces. Elke student moest het ongeveer vier keer tegen hem opnemen in drie dagen, maar sommigen kwamen niet verder dan de eerste dag door Oyama’s krachtige stoten.De legende gaat zelf dat hij nog wel voor een 4de dag wilde gaan, maar dat niemand nog wou of er in staat toe was.

Nu hij het voorbeeld had gegeven, maakte Mas Oyama van de 100-man kumite een vereiste voor het behalen van 4de of 5de Dan. Maar al vlug werd het hem duidelijk dat niet iedereen de spirit had om dit te doen, zelfs al waren de fysieke vereisten ‘gemakkelijk’ bij te brengen. De onverzetbare wil, moedigheid en determinatie -de spirit van “Osu !” in het extreem- was gewoon niet bij iedereen te vinden. Daardoor werd het een vrijwillige test voor de weinigen die het in zich hadden.

In het begin konden de 100 gevechten op 2 dagen worden afgewerkt indien de uitdager dit wenste, maar na 1967 besliste Mas Oyama dat alle gevechten in 1 dag zouden worden afgewerkt. Bijkomend bij het feit dat de uitdager 100 tegenstanders moet bevechten, moet hij er van minstens 50 duidelijk winnen, en wanneer neergeslagen mag hij niet meer dan 5 seconden neerblijven.

Buiten Mas Oyama’s spectaculaire prestatie om deze test 3 opeenvolgende dagen te voltooien, hebben een klein aantal mensen de 100-man kumite geprobeerd en volbracht. Hieronder volgt een chronologische lijst van deze geweldige karateka’s, en het is zeker het vermelden waard dat velen van hen nog altijd actief zijn in het Karate en zo een hoge graad bereikt hebben. Sommige zijn zelf hoofd van hun eigen stijl, die natuurlijk hevig verwant is met het Kyokushin.

Steve Arneil (1965) nu 9de Dan, hoofd van de IFK. Deed alle 100 gevechten in 1 dag.

Tadashi Nakamura (’65) gekend als Kaicho Nakamura, stichtte World Seido Karate, HQ in NY.

Shigeru Oyama (’66) geen familie van Sosai, stichtte World Oyama Karate, HQ in NY.

Loek Hollander (’67) uit Nederland.

John Jarvis (’67) uit Nieuw-Zeeland.

Howard Collins (‘??) was de eerste die het verplicht in 1 dag deed.

Miyuki Miura (’72) eerste Japanner die het in 1 dag deed, leid nu Midwest HQ van Mas Oyama Karate.

Akiyoshi Matsui (’86) opvolger als kancho (hoofd) van het IKO. Japans kampioen in ’85 en ’86.

Ademir de Costa (’87) uit Brazilië. 4de op wereldkampioenschappen van ’83.

Keiji Sanpei (’90)

Akira Masuda (’91)

Kenji Yamaki (’95) wereldkampioen in ’95.

Francisco Filho (’95) had de maand ervoor de 100-man kumite ook al onofficieel eens gedaan in Brazilië. 3de op WK van ’95.

Hajime Kazumi (’99) volbracht 100-man kumite in het nieuwe Honbu.

Enkele bedenkingen:

Het is de moeite om enkele vergelijkingen te maken om de 100-man kumite in perspectief te zetten. Een Wereld Kampioenschap kan bestaan uit 7 of 8 ronden harde kumite, en met verlengingen erbij kan dit oplopen tot een half uur vechten. Daar zouden wel redelijke rusttijden tussen de rondes zitten waarin tijd genoeg is om de blessures te behandelen. Denk aan een bokser die 100 ronden non-stop zou vechten met een nieuwe tegenstander elke ronde, en met de vereiste om ten minste 50 van deze rondes te winnen.

Voor sommige deelnemers aan het WK ’95, waaronder Francisco Filho, was de 50-man kumite (in trainingsstijl, dus niet keihard maar wel een test van uithouding) standaard vrijdag-training.

Beeld je tot 4 uur non-stop full-contact karate in, met de gedachte dat er bij Kyokushin wedstrijden alleen mond- en kruis bescherming gedragen wordt. Na al dit lijkt het onwaarschijnlijk dat iemand nog ooit de fabelachtige prestatie van Mas Oyama zal evenaren met diens 300 ronden.


RENRAKU

Renraku betekent ‘gevechtskata’ en ook hier zijn er meerdere vormen, van 10de Kyu tot 1ste Dan (Binnenkort hier te vinden).


TAMESHIWARI

Tameshiwari betekent ‘de kunst van het breken’ en is een onderdeel van de ‘knockdown’-competitie. Het geeft de karateka een idee van de efficiëntie van zijn technieken.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Style catalyst for Widget slideset not found!